Indien het detail scherm van een lader wordt geopend (door in het lader overzicht de lader te selecteren), verschijnt het scherm zoals het voorbeeld hieronder. Het scherm biedt specifieke functionaliteit met betrekking tot de individuele lader.



1. Hier zie je hoe lang de lader al verbonden is met de Longship backend. Dit is de technische websocket verbinding en is noodzakelijk voor zowel ingaand als uitgaand verkeer.


2. De Healthy indicator geeft aan wanneer er voor het laatste een zogenaamde "Heartbeat" is verstuurd door de lader. Dit is een bericht dat door de lader wordt gebruikt om aan te geven dat de lader gezond is en wordt onder andere ook gebruikt om de juiste tijd te synchroniseren.


3. Hierin staan het aantal connector dat de lader heeft en wat hun status op dit moment is. Groen geeft aan dat de connector beschikbaar is terwijl rood bijvoorbeeld een indicatie van een storing is.


4. De Organization indicator geeft aan bij welke organisatie deze lader hoort.


5. Het Connector paneel geeft een overzicht van de connectoren, de huidige status en eventueel wat de laatste sessie was die op de connector heeft plaatsgevonden. Als er een sessie is geweest, kan er snel naar toe gesprongen worden.


6. Door op het +-teken te klikken opent zich een detail paneel. Deze wordt hieronder beschreven.


7. Door op het +-teken te klikken opent zich het commando scherm. Deze wordt hieronder verder beschreven.


8. Dit een overzicht van alle berichten die de lader heeft verstuurd of ontvangen. Dit noemen we de MessageLog. Deze is technisch van aard en laat zowel de inkomende als uitgaande OCPP berichten zien. De MessageLog wordt vaak gebruikt ter ondersteuning van het oplossen van storingen. Het is ook mogelijk om te zoeken in de berichten. Dit paneel kan ook schermvullend worden geactiveerd zodat er meer informatie op het scherm beschikbaar is.


Details van de lader

Bij nummer 6 kan het subpaneel "Details" worden opengeklapt.




In het detail scherm kunnen de volgende aanpassingen gedaan worden:

- Het veranderen van naam van de lader, zoals deze zichtbaar is in de schermen.

- Het aangeven of elk token wordt toegestaan om mee te laden. Deze aanzetten betekent dat er niet gevalideerd wordt bij roaming partners maar dat de sessie altijd wordt geautoriseerd.

- Of een lader recent is toegevoegd. Laders die voor het eerst verbonden zijn, zijn initieel zichtbaar voor iedereen. De installateur kan hierdoor de lader in het juiste organisatie onderdeel plaatsen. Het aanpassen van de "Is new chargepoint" instelling zorgt ervoor dat de lader alleen zichtbaar is voor gebruikers in het juiste organisatie onderdeel.

- Het organisatie onderdeel waar deze lader onder valt. Organisatie onderdelen kunnen worden opgezet in het "Tenant Configuration" scherm onder Administration in het menu.

- Het tarief dat geldig is voor deze lader. In het invoerveld kan het juist tarief gezocht worden. Tarieven kunnen worden ingevoerd in het Tariffs scherm onder Administration in het menu.


Tevens is het model, de fabrikant, het serienummer en de eventuele firmware version zichtbaar. Deze informatie is afkomstig uit de "BootNotification" van de lader. Dit bericht wordt verstuurd naar Longship nadat de lader is opgestart.


Commands

Het commands paneel is vooral interessant voor de gevorderde gebruiker. In dit paneel kunnen verschillende commando uit de OCPP 1.6 stack worden samengesteld en naar de lader worden gestuurd. Gedetailleerde informatie over commando's en OCPP in het algemeen kan worden gevonden op https://www.openchargealliance.org/protocols/ocpp-16/


De volgende commando's zijn beschikbaar in het portaal:


Reset

Hiermee kan de lader worden geforceerd op opnieuw op te starten. Dit wordt vaak gedaan om laders die in storing even opnieuw te starten. Er is een onderscheid tussen een Soft en Hard reset. Bij Soft wordt alleen de applicatie logica op de lader opnieuw opgestart. Bij Hard wordt de lader in zijn geheel opnieuw opgestart.


TriggerMessage

Met de TriggerMessage kan de lader wordt gevraagd om reeds verzonden berichten opnieuw aan te bieden.


UnlockConnector

Met dit commando kan een connector worden verzocht te unlocken zodat de kabel verwijderd kan worden. 


Change Availability

De beschikbaarheid van de een connector kan hiermee worden aangepast. Dit kan bijvoorbeeld helpen indien er onderhoud wordt gepleegd op de lader. Door de connectoren op "Inoperative" te zetten kan voorkomen worden dat EV rijders voor niks naar de lader rijden.


Configuration

Gevorderd commando. Deze wordt gebruikt om de lader te configureren.


RemoteStart

Met dit commando kan 'op afstand' een sessie gestart worden. Hiervoor dient het idTag en de connector te worden meegegeven. 


RemoteStop

Met de RemoteStop kan een lopende transactie worden gestopt. Hiervoor is wel het transactienummer nodig.


Get Diagnostics

Gevorderd commando. Deze wordt gebruikt om technische, diagnostische gegevens op te halen.


Update Firmware

Gevorderd commando. Deze wordt gebruikt om de software op de lader te upgraden.